Deel met anderen:
Share

Laatst had ik de klusjesman over de vloer die mijn badkamer had verbouwd. Ik heb hem eens flink de waarheid verteld. Voordat hij de klus aannam, had ik mijn oog al laten vallen op een mooie badkamer. Hij liet me zien dat alles mogelijk was, een bad, een dubbele wastafel, een regendouche en ook nog eens ingebouwde speakers in het plafond. Hoewel ik eigenlijk niet zo graag in bad zit, een pesthekel heb aan regen en het eerste half uur na opstaan liever geen geluiden hoor, had ik hem maar niet verteld. Hij was zo enthousiast! En hoewel ik alleen woon, zou die dubbele wastafel misschien later wel van pas komen. Maar eerlijk is eerlijk: een simpele douche met thermostaatkraan, nieuwe tegeltjes en een grote spiegel met een lampje erboven maken mij veel gelukkiger.

Nu, enkele weken later is de badkamer af. Het bad heb ik nog niet een keer gebruikt. De regendouche spetter teveel en de extra wastafel is een stofmagneet. Dus ik heb de klusjesman laten langskomen en hem verteld dat ik zijn factuur niet ga betalen. ‘Maar ik heb zo mooi verbouwd: jouw project staat zelfs met trots op mijn website.’ Dat kan allemaal wel zo zijn en je bent een prima klusjesman. Maar ik wil die troep niet. Je bent aan de slag gegaan en ik heb ja gezegd tegen je plannen, maar dit is gewoon niet mijn idee van een mooie badkamer. ‘Ja, dikke pech voor jou dan. Je hebt een contract getekend en je moet betalen.’ Hij baalt van een draaikont zoals ik. Sterker nog, ik zou van mezelf balen als ik daadwerkelijk zo’n draaikont was.

Maar toch zijn er draaikonten die ermee weg komen. Zo is er in Rotterdam de uitbater van een restaurant, die de de wijk een impuls mag geven met z’n restaurant op voorwaarde dat er wel alcohol wordt geschonken als gasten daarom vragen. Hij gaat ermee akkoord en opent z’n restaurant. Maar al snel krijgen klanten het deksel op hun neus. Wie een biertje of een wijntje wil drinken, krijgt dat niet. Wat blijkt, de man wil zijn klandizie toch een alcoholvrije restaurantbeleving bieden.

Of die medewerker bij de Duitse Aldi. Al bij het solliciteren weet ‘ie dat ‘ie gaat werken bij een bedrijf waar varkensvlees wordt verkocht. Hoe krijg je anders die goedkope bbq- en gourmetpakketten gevuld, nietwaar? Maar na een tijdje weigert de man ineens varkensvlees aan te slaan als klanten het op de band leggen. Hij wil namelijk geen onreine producten door z’n handen laten gaan.

Of die medewerker die zonder hoofddoek prima functioneert bij de politie. Ons land kent een scheiding van kerk en staat kent en overheidsdienaren mogen hun religie niet uitdragen tijdens het uitoefenen van hun functie. Net zoals weigerambtenaren hun geloof ook niet mogen uitdragen ten overstaan van homokoppels. Dan wordt er gewoon achter de schermen gezocht naar een oplossing; daar hoeft niemand last van te hebben. Maar als de dame ineens besluit om haar geloof zichtbaar uit te gaan dragen middels hoofddoek (en toch make-up), dan heb je natuurlijk wel iets uit te leggen.

Nee, dit heeft allemaal niets met een geloof te maken. Het is gewoon draaikonterij. En aan draaikonten heb ik een schijthekel. Die mogen wat mij betreft direct een van de 150 stoelen krijgen in de Tweede Kamer. Of verdienen een enorm mooie, maar heel koude regendouche.